Groei en Bloei zomernummer 2022
De minikwekerij van Saskia en Gerard van Wijk bevindt zich in de voortuin van hun 19e-eeuwse woonhuis. Saskia: ‘Omdat de ruimte zo beperkt is, wisselen we veel. Elke week en soms zelfs dagelijks zijn we aan het aanvullen en wisselen.’
tekst FRANSJE VAN DORP | beeld SANDRA VERKIC
Twaalfhonderd kilometer lopen, 88 tempels en slapen in een tentje langs de weg. Tijdens de pelgrimstocht die Saskia en Gerard van Wijk samen in Japan maakten, leefden ze per dag. “We hoefden ons alleen maar te laten verrassen door wat er gebeurde.”
En er gebeurde ook iets. Die twee maanden durende reis vormde de opmaat naar een bijzondere beslissing. Al eerder was het besluit gevallen om te stoppen met de drukke tandartspraktijk, uitgeteld thuiskomen en leven van weekend naar weekend. Nu vormde zich gaandeweg een idee, een plan om iets totaal nieuws te beginnen: een kleine kwekerij in de tuin bij hun huis, Sas’ Mini-Kwekerij.
Praktisch bezig
Planten speelden altijd al een hoofdrol in Saskia’s leven. Na de middelbare school ging ze, om “iets met plantjes te doen” plantenwetenschappen studeren in Wageningen. “Dat was super theoretisch natuurlijk, hoewel ik het achteraf wel leuk vind dat ik die studie heb gedaan: het geeft me inzicht in wat er precies gebeurt bij een plant en waarom. Na m’n studie had ik in Wageningen kunnen blijven, want ze zochten iemand die het hele geraniumsortiment ging onderzoeken. Maar ja, dan zit je toch vooral achter de computer. En je bent met één plantengeslacht bezig. Ik wilde juist de breedte in, praktisch bezig zijn.”
Als student fietste ze van Wageningen naar Ochten om aan Gert Stam van kwekerij Stam te vragen of ze er stage mocht lopen. “Dat vond hij goed. Al gauw deed ik er van alles en ik hielp ook klanten. Of iemand was bezig met vermeerderen en dan kon ik daarmee helpen. Dat vond ik heerlijk, want op die manier kwam ik steeds weer nieuwe planten tegen. Die zocht ik dan ’s avonds op, zo groeide mijn kennis van het sortiment verder.”
Na haar studie nam Saskia’s leven een andere wending: de drukke tandartspraktijk van echtgenoot Gerard en het groter wordende gezin slokten al haar tijd op. Maar de liefde voor planten en tuinieren bleef. Dus ging ze als vrijwilliger aan de slag bij een kwekerij en huurde een volkstuin.
De volkstuin dient als testplek en moederplantenhoek
Black Box
Sas’ Mini-Kwekerij is gevestigd in Brummen, in de voortuin van een 19e-eeuws woonhuis. Als je er in juli langsloopt, word je begroet door de bloeiende stengels van de zandwolfsmelk (Euphorbia seguieriana), ze piepen frivool tussen de spijlen van het ijzeren hek. Verderop in de tuin wordt het geel herhaald in de bloemen van vuurpijl en Phlomis, die mooi afsteken tegen de achtergrond van blokhagen van beuk. “We zitten hier op het zand”, vertelt Saskia. “In de buurt is het al snel kleiig, de IJssel is tenslotte vlakbij. Maar hier, op deze plek is het heel zanderig.” Toch geeft ze geen water. “Ik zet soorten neer die dit aankunnen. Dus ja, euphorbia’s doen het hier heel goed.” Even verderop weeft zich de droogteminnende kartuizer anjer door de beplanting. “Die zaait zich uit en vult gaatjes op.”
Dat vindt ze de leukste manier van tuinieren, vertelt Saskia. “Voor een plant een plek kiezen waarvan je vermoedt dat-ie het daar wel eens heel goed zou kunnen gaan doen. En dan kijken wat er gebeurt, hoe die plant zich uitbreidt of mengt. Dit wordt Black Box Gardening genoemd, ik las er een keer een boek over. Eigenlijk tuinierde ik altijd al zo, maar door het lezen van het boek ging ik het beter herkennen. Ik realiseerde me dat deze manier van tuinieren, waarbij je niet vastzit aan een borderindeling in groepen, me veel meer doet en ik ging er nog bewuster mee aan de slag.”
Belofte
Zo spontaan en weelderig als Saskia’s tuin oogt, zo geordend is de kwekerij. De planten staan zo gerangschikt dat ze lijken op te gaan in de tuin. “We hebben plek voor zo’n 120 soorten, maar in totaal zijn het er zo’n 500 die door het jaar heen langskomen. Omdat de ruimte zo beperkt is, wisselen we veel. Als er iets op is, ga ik niet per se hetzelfde weer neerzetten. Dan zijn er intussen weer andere planten klaar die bijvoorbeeld ook in de schaduw kunnen. Dus als mensen na een paar weken terugkomen zien ze weer iets anders. Dat is voor onszelf leuk en voor de mensen leuk. Elke week en soms zelfs dagelijks zijn we aan het aanvullen en wisselen.”
In de volkstuin - eigenlijk zijn het een aantal volkstuinen bij elkaar - plant Saskia nieuwe soorten om te kijken hoe ze zich gedragen en waar ze wel of niet tegen kunnen. “Als je een plant koopt zit er een stuk belofte bij. Maar pas als-ie in de grond staat, wordt duidelijk of het ook echt wat wordt.” Heeft ze de moerplanten in de volkstuin gescheurd, gestekt of gezaaid, dan
verhuizen ze naar het balkon, een plat stukje van het dak of naar een plek in de tuin bij het huis. “Maar die aanvoer is lang niet voldoende als je ziet hoe snel de planten weer weggaan. Dus ik koop ook jong spul bij dat ik hier verder opkweek. Daar heb ik een netwerk van onder meer thuiskwekers voor.”
Extra dimensie
Een leuk aspect van het kweker-zijn is het geven van advies, vindt Saskia. Als iemand iets zoekt voor een bepaalde plek probeert ze uit te zoeken welke planten kansrijk zijn. Soms mondt dit uit in een uitgebreider plan waarin ze ook tips geeft over de toepassing, bijvoorbeeld in een groep of als solitair, of samen met bepaalde grassen. “Dan bied ik een plantenlijst aan die de mensen kunnen bekijken. Als ze dan aangeven wat ze mooi vinden maak ik er een pakket van. Maar dit doe ik alleen op kleine schaal, bij mensen die in de buurt wonen.”
Zelf is ze in de loop van de tijd meer wilde planten gaan gebruiken en ook meer grassen. “Ik ben opgeschoven in een meer natuurlijke richting en dat vind ik een heerlijke ontwikkeling.” Werkt dat ook door in de planten die ze verkoopt. “Ja, in ons sortiment zitten veel planten waar bijen en vlinders op afkomen.” In de achtertuin heeft Scabiosa zich lustig uitgezaaid in een bloemenweitje en trekt daar, samen met Digitalis lutea, wilde margrieten en blaasjeskruid, tal van insecten. “Als dan ’s avonds het strijklicht erop valt, geeft al dat gevlieg, al die beweging, zo’n extra dimensie aan de beleving van je tuin ... Zonder dat is een tuin niet wat het zou kunnen zijn. Ik ben blij om te merken dat steeds meer mensen daar ook naar op zoek zijn.”